Toezegging: De vraag van de heer Maassen over de teruggave aan de gemeente van een deel van het weerstandsvermogen, wordt schriftelijk beantwoord.
Op p. 4 van het raadsvoorstel staat dat de gemeente € 472.000 retour ontvangt, op p. 24 van de begroting van BsGW staat dat de gemeente € 572.000 retour ontvangt. Welk bedrag is juist? En afhankelijk van het antwoord: moet het raadsvoorstel worden aangepast?
Portefeuillehouder
Stand van zaken
met betrekking tot het verschil aanwezige en benodigde weerstandsvermogen, begroting 2026.
‘Het voorgenomen DB-besluit respectievelijk AB-voorstel (besluitvorming 26 juni 2025) is om deze €
572.000 terug te storten naar de deelnemers. ‘
In bijlage 2 Begroting 2026 meerjarig 2027-2030 BsGw staat op blz. 24 ook € 572.000 genoemd als
verschil tussen het aanwezige en benodigde weerstandsvermogen, begroting 2026.
Daarnaast staat in bijlage 2 Begroting 2026 meerjarig 2027-2030 BsGW op blz. 7 een bedrag van €
472.000 genoemd. ‘Het voorgenomen DB-besluit respectievelijk AB-voorstel (besluitvorming 26 juni
2025) is om deze € 472.000 terug te storten naar de deelnemers.’
Uit navraag bij BsGW blijkt dat het bedrag van € 472.000 in de begroting 2026 meerjarig 2027-2023
BsGW op blz. 7 een tikfout is. Het bedrag moet zijn € 572.000. In de vastgestelde begroting wordt deze
tikfout hersteld.